Jurgen Bey over onder meer zijn inspiratie, werkwijze en filosofie. “Ik werk met het stuur achterin.”

Filosofie
“Waar de meeste ontwerpers beginnen te tekenen op een leeg, wit vel papier, kom ik vanuit een positie waarin ik onderken wat er al is. Dat is niet omdat ik denk dat alles al gemaakt is, nee, het zou vrij destructief zijn als je zo denkt. Ik ga uit van wat er al is en ga vervolgens op zoek naar compromissen. Daar voel ik mij het fijnst bij.

“Zoals een bakker is opgeleid om brood te bakken, moet een ontwerper een nieuwe wereld creëren. Er wordt verwacht dat je nieuwe problemen kunt oplossen. Dat is de rol van een ontwerper. Alleen doe ik dat op een andere manier. Neem als voorbeeld een trein. Het stuur zit voorin, je weet waar je heen gaat en iedereen volgt je. Wij bij Studio Jurgen Bey werken met het stuur achterin. Dat betekent dat je wel naar rechts kunt sturen, maar dan gaat de trein naar links. Ik weet dus ook niet waar ik uitkom.
“Het gaat er dus om hoe je tegen de wereld aankijkt. Zo ben ik nu bezig met een opdracht voor een Alzheimertuin, waarin oude waarden uit de tijd waarin Alzheimerpatiënten jong waren terugkomen zodat ze zich op hun gemak voelen. We gaan terug in de tijd en proberen de wereld van toen na te bootsen. Maar eigenlijk vind ik het vrij heftig dat we alleen maar teruggaan en niet vooruit. Liever zou ik, dat is mijn wens als ik kon toveren, honderd mensen met Alzheimer naar Mars te sturen om twintig jaar later zelf naar die planeet af te reizen om te zien wat die honderd mensen er in de tussentijd van hebben gemaakt. Want ik ben ervan overtuigd dat ze zonder ons, de zogenaamde gezonde mensen, heel goed een eigen wereld kunnen bouwen. Het is toch logisch dat ze zich ongemakkelijk voelen en weinig vertrouwd zijn met hun omgeving omdat niet zij, maar wíj bepalen waar de lichtknopjes zich bevinden. Deze mensen moeten hun eigen wereld kunnen creëren, met daaruit voortvloeiende een eigen kwaliteit. Op die manier zien wij dingen die we zelf niet kennen. Dat zou een mooie tuin worden. Veel te vaak word ik niet gelukkig van ontwerpen omdat het mij niet ver brengt. Het is niet verrassend.”

Produceren
“De hedendaagse productiemachine vind ik niet verkeerd, want je zou het goed kunnen inzetten. Achter die dure machines staan grote bedrijven, die mij echter nooit vragen om hun machinepark te gebruiken. Zo zou ik best graag een auto willen ontwerpen, maar ik ben niet in staat om iets uit zo’n machine te laten rollen. Daarom is het jammer dat er nog nooit een fabrikant naar mij toe gekomen die zei: “Jouw hoofd werkt mooi en mijn machines werken mooi, laten we samenkomen.” Ik weet zeker dat ik hele mooie dingen kan maken. Omdat ontwerpers niet in staat worden gesteld om die grote machines te gebruiken, gaan veel ontwerpers aan de slag in de meubelbranche. Dan kun je zelf een stoel of tafel in elkaar zetten en iedereen laten zien wat je kunt maken.
“Ik vind dat we te snel door onze spullen gaan. De aandacht en tijd die je in dingen stopt, heeft zijn weerslag op alle vlakken. Heel vaak moet het vanuit economisch oogpunt allemaal snel op de markt, dus in een mooi meubel met veel staal en meer dan dertig materialen gaan goedkope schroefjes. Dat houdt het meubel betaalbaar, maar dan betaal je dus precies wat je ervoor krijgt. Kijk, het ultieme product is een krant. Deze wordt snel gemaakt en na tien minuten lezen is die ook weer snel weg. De prijs ervan staat in verhouding met de kwaliteit. Maar de materialen in zo’n meubel kunnen nog honderden jaren mee, terwijl door die goedkope schroefjes de kwaliteit is gedaald en mensen het meubel snel weer weg doen.”

Zakelijk
“Voor het huidige gebouw van Interpolis in Tilburg ben ik gevraagd om de ontvangstruimte te ontwerpen. Dat was een zakelijke opdracht, maar het heeft geen enkele weerslag op mijn werk. Mijn werkwijze blijft hetzelfde. Ik heb immers de luxe om nooit door de knieën te hoeven gaan, omdat men weet hoe ik werk en hoe ik denk, en daarom huren ze juist mij in. Het is bovendien een behoorlijk vrijgevochten clubje daar bij Interpolis. Het bleek voor mij een ideale opdrachtgever omdat ze daar vooruit wilden en dingen wilden proberen. Ik had totaal niet de angst dat ze mijn ideeën niet zouden begrijpen, want voorafgaand aan het project heb je wat gesprekken en daarin voel ik al snel of het klikt of niet. Ik ben namelijk de meest gewone, gemiddelde Nederlander en weet hoe er gedacht wordt en ik weet dat ik daarbinnen kan werken. Maar ik geloof niet in democratie tijdens zulke projecten. Tuurlijk laat ik af en toe dingen zien en vraag ik wat ze ervan vinden, maar de verantwoordelijkheid moet liggen waar de kennis zit. Ontwerpers kunnen namelijk vooruitlopen.
“Toen ik was afgestudeerd begon Droog Design, wat voor mij een label is die een verzameling spullen heeft. Hiervoor heb ik enkele ontwerpen gemaakt, onder meer de Folding Bookcase, maar inmiddels staat onze samenwerking op een zachter pitje om elkaar de ruimte te geven. In het verleden hebben we veel voor elkaar betekend, maar nu kunnen we het zonder elkaar. Soms is het beter om samen te werken en soms kun je beter alleen verder.”

Buitenland
“Ik vind niet dat men in Tokyo of New York anders aankijken tegen mijn werk of er meer voor openstaan dan in Nederland. Hier is iedereen nu ontzettend bezig met design. Wanneer je op straat loopt zie je twee dezelfde potten voor het raam staan. Dat was jaren geleden toen ik studeerde en productontwerper werd nog niet. Toen moest ik iedereen uitleggen wat ik nou precies deed. Maar als je tegenwoordig een rare bril op hebt, weet men gelijk dat je een ontwerper bent. Mensen zijn zich veel bewuster geworden van het vak en dat is mede door Jan des Bouvrie en zijn televisieprogramma’s zo gekomen. Ik voel me op mijn gemak in Nederland. Het is een fijn land, hoewel het idee heerst dat we heel democratisch en genereus zijn, terwijl dat niet zo is. Daar mogen we wel nog aan werken.
“In het buitenland zijn mensen wel genereuzer dan in Nederland. Hier betaalt men niet graag veel geld voor dingen. En ach, ik heb ook liever dat een klein aantal mensen iets heel erg graag van mij wil hebben, dan dat veel mensen mijn werk ‘wel leuk’ vinden. Ik vind het veel te mooi en het is veel te hard werken om genoegen te nemen met ‘wel leuk’. De wereld is groot genoeg voor iedereen en als mensen mijn werk niet mooi vinden gaan ze toch ergens anders heen? Ik ga ook niet oordelen over huizen van anderen. Dat is nou net de schoonheid van een grote wereld. Je hoeft dus geen ruzie te maken. Daarom vind ik het ook raar dat mensen die elkaar niets te vertellen hebben en niets aan elkaar toevoegen elkaar opzoeken.
“Nederland is uniek in de wereld vanwege subsidies. De overheid is blijven subsidiëren, in tegenstelling tot bedrijven. Pas nu begint Nederland ontwerpers te omarmen en daarom moeten we op zoek naar nieuwe mogelijkheden om het niveau omhoog te krijgen. Want bijna alle studenten werken naast hun studie en zo kunnen zij niet alle aandacht aan hun opleiding geven. En dat moet wel, want die studenten moeten Nederlands hoogste kwaliteit zijn. Ik heb het nu niet alleen over studies op het gebied van ontwerpen, maar op alle gebieden.”

Rip-off
“Als een Blokker met een rip-off van mijn Lightshade-lamp op de proppen komt, kan ik daar niet veel tegen doen. Enerzijds voel ik me best gevleid dat ze mijn werk blijkbaar mooi vinden en er iets mee willen doen. Anderzijds is het ook zo goedkoop. Mensen krijgen precies terug hoeveel ze ervoor betalen. Onze verkopen lijden niet onder deze namaak, want het is geen competitie omdat ze het economisch benaderen waardoor er een luiheid in de producten zit. Ik vind het jammer dat kopieën van mijn werk mijzelf niet kunnen verrassen. Ik zou het leuk vinden als er grote verbeteringen aan mijn ontwerp zijn gedaan en ik ervan kan opkijken en kan denken: ‘zo had ik het nog helemaal niet gezien.’”

Inspiratie
“Er is ontzettend veel schoonheid in de wereld. Ik probeer vanuit een andere manier van kijken te zien hoe dingen werken in het alledaagse. Mijn achtergrond bestaat uit bètavakken als natuurkunde, scheikunde en biologie. Als je alleen al ziet hoe systemen in de biologie werken is dat ongelooflijk. Zo vind ik het ook een feest om te horen hoe wiskundigen met elkaar praten. Het lijkt wel alsof ze een aparte taal hebben. Kijken naar mensen en hoe ze handelen inspireert mij.
“De films van Alex van Warmerdam vind ik geweldig. Hij maakt uitvergrotingen van de werkelijkheid en deze zijn zo ontzettend herkenbaar. En de boeken van Maarten Biesheuvel gaan over alledaagse dingen, maar het zijn stuk voor stuk juweeltjes van verhalen. Het getuigt van grote schoonheid hoe zij kijken naar dezelfde dingen als wij, maar deze op een andere manier weten te benaderen. Het gaat over een droomwereld die haalbaar is. Ik kan me enorm rot ergeren aan droomwerelden die slechts voor drie mensen zijn weggelegd. Zo kun je tegenwoordig Idol worden. Die droom wordt voor misschien enkele mensen per jaar werkelijkheid, maar toch wordt alle energie van mensen en media hierin gestoken. En omdat deze droom voor zo weinigen weggelegd is, raken veel mensen gefrustreerd. Daar komt zoveel negativiteit uit en dat vind ik heftig. Iedereen zou meer aandacht moeten hebben voor positieve dingen. Niet dat er goednieuwskranten gemaakt moeten gaan worden, maar onze energie en aandacht kan wel in haalbare dromen gestopt worden. Dat kan iedereen en dat moet veel meer gebeuren. Want het grote gevaar is dat je van de wereld afvalt en bitter wordt.”

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.