Interview met… Harry Slinger

In deze serie gaan we terug naar de studententijd van een beroemde ex-student van de HvA. Deze keer: Harry Slinger.

Het is 31 jaar geleden dat Harry Slinger, toen 25 jaar oud, begon aan zijn studie Centraal Instituut voor Christelijke Sociale Arbeid (CICSA). Vóór de CICSA werkte Slinger als jongerenwerker. “Inmiddels was ik opgeklommen tot teamleider in het buurtcentrum in Amsterdam-Noord en moest ik verplicht de CICSA doen.” In dat buurtcentrum schreef Slinger het bekende protestlied ‘Ik Verveel Me Zo’. “Van de vier studiejaren heb ik er drie afgemaakt. Het laatste jaar brak ik definitief door met Drukwerk, dus had ik geen tijd meer voor school,” zegt Slinger, vooral bekend van grote hits als ‘Je Loog Tegen Mij’ en ‘Hee Amsterdam’.

Dus voor jongerenwerk was studeren aan de CICSA verplicht?
“Voor teamleiders wel, ja. Ik had niet het gevoel dat ik op mijn plek zat bij de CICSA, omdat ik, en met mij meerdere klasgenoten, al jaren in het jongerenwerk zat. Ik kon voorbeelden geven waar de leraren geen antwoorden op hadden. Zij hadden wel de theoretische kennis, maar zelf hadden ze nooit met jongeren gewerkt. Dat is natuurlijk heel raar. Ik denk ook dat die leraren meer van ons hebben geleerd dan wij van hun. Als je in een buurtcentrum komt te werken, moet je weten hoe je subsidie aanvraagt, hoe je met de subsidiegever omgaat en hoe je een bar beheert. Dat leerde je helemaal niet op de CICSA. Dan gaat het dus al fout. Ik geloof dat zo langzamerhand het hele sociale culturele werk naar de klote is geholpen. Daarom heb je ook zoveel randgroepjongeren. Het is allemaal wegbezuinigd, maar straks zal er toch weer jongerenwerk moeten komen om losgeslagen jongeren te helpen en te begeleiden.”

Je hebt je leraren dus zelf het een en ander verteld, maar wat hebben ze jou dan geleerd?
“Je leerde vooral hoe je zelf in elkaar zat en hoe je iemand met een negatieve instelling kon proberen om te draaien tot een positievere houding. Maar om nou te zeggen dat ik daar op praktisch gebied zo ontzettend veel geleerd heb, nee.”

Normaal doe je een studie om iets te worden, bij jou was dat dus andersom: je was al jongerenwerker en ging daarna pas ervoor studeren.
“Ik denk ook dat dat de beste manier is. Als je kijkt naar die ROC’s, dan denk ik dat jongeren er veel meer aan hebben om bij een baas een vak te leren en daarnaast parttime te studeren. Omdat je dan al in het vak zit, weet je waarom je je diploma moet halen en ben je veel gemotiveerder.”

Voor de CICSA heb je nog een andere studie gevolgd. Had je daar meer aan?
“Dat was de Sociale Academie. Ik was opgegroeid als straatschoffie en ik kwam daar in aanraking met sociologen en psychologen. Dan werd je ’s ochtends lastiggevallen met vragen als: ‘hoe is het thuis?’ en ‘hoe voel je je?’ Ga toch weg! Moet je me daarmee lastig vallen? Voor de Sociale Academie werkte ik bij Albert Heijn als assistent-bedrijfsleider en hoofdkassier, maar toen ze me personeelsfunctionaris wilde maken ben ik weggegaan. Ik wilde geen mensen ontslaan. Dus ging ik solliciteren in het jongerenwerk. Toen ik zat te wachten op het sollicitatiegesprek, kwam er een of andere klier binnen die de boel begon te molesteren. Ik zeg tegen hem: ‘is dat gebruikelijk hier?’ Hij zei: ‘je komt hier zeker solliciteren. Nou, we hebben die ander ook al weggepest.’ Toen hij dat zei, stond hij voor hij het wist buiten. Ik sprong overeind, pakte hem in zijn flikker en zette hem buiten. Daarna begon het sollicitatiegesprek en hoorden ze buiten die knul tekeergaan. Ze vroegen wat er aan de hand was, waarop ik zei dat ik die gozer effe buiten had gezet, omdat ik dat niet pikte. En toen werd ik gelijk aangenomen.”

Dat is aanpakken! Je bent altijd socialist geweest en dit komt ook terug in je nummers. Waar komt dat sociale vandaan?
“Dat komt natuurlijk doordat je als jongetje, geboren op de Bloemgracht in de Jordaan, de lege flessen van de karnemelkse pap naar de melkboer moet brengen om daarna om de hoek op de stoep bij de Rozengracht een brood te kunnen kopen. Dan leer je wel wat armoede is. Ik schrik ervan dat de overheid vaak niet beseft wat er gaande is in het land.”

Daar maak je je in je nummers vaak boos over. Vind je het niet jammer dat je na je doorbraak moest stoppen met het jongerenwerk, juist omdat je dat zo leuk vond?
”Mijn droom was altijd zanger en acteur worden, dus als die kans zich voordoet dan pak je hem. In die tijd had je de Kamba, de kamerbewonersociëteit, en zij zochten een echte Amsterdammer als gastheer voor achter de bar. Dat werd ik en daar kwam ik in aanraking met Ton Koster met wie ik een bandje oprichtte: The Hot Potatoes Swingers. We organiseerden feestavonden in het buurthuis waar we zelf optraden. Het aantal feestavonden nam toe, maar om nou andere bandjes uit te nodigen, dat kost alleen maar geld. Dus speelden we drie of vier nummers waarna we een andere bandnaam aannamen en weer vrolijk als andere band verder speelden. Toen ik definitief doorbrak met ‘Je Loog Tegen Mij’ moest ik stoppen met het jongerenwerk. Dat was jammer, maar je kan ook zeggen dat ik vanaf mijn doorbraak jongerenwerk op nationaal niveau deed.”

<KADER>
Harry Slinger werd op 10 augustus 1949 geboren in Amsterdam. In 1976 kreeg de band waarin hij zat de naam Drukwerk, waarmee hij grote hits scoorde als ‘Je Loog Tegen Mij’, ‘Schijn ’n Lichtje Op Mij’ en ‘Lijn 10’. Na vele jaren van succes kwam er in 1990 een eind aan Drukwerk, waarna Harry Slinger als soloartiest verder ging.

Naast zingen acteert Slinger in films, toneelstukken en tv-series. Zo speelde hij o.a. in Baantjer, In de Vlaamsche Pot en Flodder.

(voor Havana)

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.