Verslaafd aan de vechtdans

Het stel Brazilianen dat je door heel Nederland op pleinen en parken salto’s en karate-achtige trappen kan zien maken heeft geen ruzie, maar doet aan Capoeira. Ook steeds meer Nederlanders zijn gevallen voor de eeuwenoude vechtdans.

Capoeira is een combinatie van muziek, zang en dans. Oorspronkelijk was het een vechtsport van de slaven die van Afrika naar Braziliaanse plantages werden verscheept. Daar mochten ze hun sport niet langer uitvoeren, omdat de slaveneigenaren bang waren dat ze gewond zouden raken en daardoor hun werk niet meer zouden kunnen doen. Vandaar dat de slaven besloten de vechttechnieken om te turnen tot dansbewegingen.

‘Ik merk dat Capoeira steeds bekender wordt in Nederland’, zegt Dwight Nihora (34). Hij heeft een Capoeira-school in Amsterdam. De laatste jaren schieten de Capoeira-groepen als paddestoelen uit de grond. Hoeveel mensen in Nederland aan Capoeira doen is niet bekend, maar het zijn er duizenden. ‘Dat komt doordat Brazilië erg populair is’, zegt Dwight. ‘Je ziet de Braziliaanse vlag steeds vaker terug in kleding, mensen zijn dol op Braziliaanse voetballers en ze gaan tegenwoordig massaal op vakantie naar Brazilië, omdat een vliegticket niet duur meer is.’

Behalve in het straatbeeld kun je Capoeira zien in films en reclame. Of in documentaires op National Geographic. Op die tv-zender zag Okke (25) de vechtdans voor het eerst. Hij doet nu ruim vier jaar aan Capoeira. ‘De combinatie van muziek, dans en zang is geweldig. Ik ben er altijd mee bezig.’ Wanneer Okke op straat loopt, maakt hij Capoeira-bewegingen. ‘Dan draai ik een pirouette.’ Ook Marijn Rutten (22) is eraan verslaafd. ‘Het is gewoon mooi om het te doen.’ Volgens de Braziliaanse Capoeira-meester Miti, die afgelopen weekeinde het Streetcapoeira-festival in Amsterdam organiseerde en bovendien een eigen school heeft, is Capoeira populair vanwege de vrolijke atmosfeer. ‘De muziek en acrobatiek maakt mensen blij.’

Het mag er dan spectaculair en moeilijk uitzien, iedereen kan het leren volgens Miti. ‘Je hoeft er niet lenig of sterk voor te zijn. Iedereen kan zijn eigen specialiteit erin kwijt. Zo gebruikt de een meer zijn snelheid en een ander moet het hebben van zijn lengte.’ Volgens Dwight baart oefening kunst. ‘Als je twee keer per week je benen omhoog gooit, word je naar verloop van tijd lenig.’ Maar Nederlanders zijn toch stijf en hebben geen ritme? ‘Alle bewegingen zijn aan te leren,’ zegt Dwight.

Bij Capoeira zijn geen winnaars. Je neemt het tegen elkaar op voor de lol. ‘Je probeert iemand voor lul te zetten met moeilijke trucs en bewegingen waarop de ander geen antwoord heeft’, zegt Dwight. ‘Het is een beetje intimideren, maar je kunt geen punten verdienen, en niemand wint.’Alleen bij de Batizado, de doping, moet er een winnaar uit de strijd komen. Daar is de dans pas over wanneer iemand onderuit gaat. De doping vindt één tot twee keer per jaar plaats en daar wordt je niveau gemeten. Dan krijg je – net als bij judo – een touw om je middel waarvan de kleur je niveau aangeeft.
Waar Capoeira in Nederland draait om plezier, is het in Brazilië een manier om te overleven. Daar strijden diverse wijken tegen elkaar om de eer. Door in ogen te prikken en kopstoten uit te delen willen ze de sterkste zijn, want dat dwingt respect af. ‘Gelukkig gaat het in Nederland om dans en niet om vechten’, zegt Marijn. ‘We leren wel wat vechttrucjes, maar gebruiken die niet. Wij doen het voor de lol.

<KADER>
De roots van Capoeira
Deze Braziliaanse vechtdans is afkomstig uit Afrika en stamt uit de tijd van de slavernij. Van oorsprong is Capoeira geen dans, maar een Afrikaanse vechtsport.  Omdat de slaven deze sport niet mochten uitvoeren op de Portugese koloniale plantages in Brazilië – de slavendrijvers waren bang dat hun slaven gewond zouden raken en daardoor niet konden werken – veranderden ze de vechttechnieken in acrobatische dansbewegingen. Ze voegden muziek en dans toe en mochten toen wél ‘vechtdansen’. Na de afschaffing van de slavenhandel in 1850 werd Capoeira korte tijd geaccepteerd. Zelfs politici namen toen beoefenaars van het spel in dienst om hen te beschermen tegen rivalen. Dit veranderde echter snel, omdat het door de overheid toch als een sport werd gezien van criminelen en armoedezaaiers. Werd er melding gemaakt van een Capoeira-battle, dan was de politie er als de kippen bij. Deze strijd ging uiteraard wel gepaard met veel geweld. Ondertussen bleven de stedelingen de vechtdans gewoon beoefenen, maar wel in het geheim. Pas in het begin van de twintigste eeuw werd Capoeira ook populair in de buitenwereld.

Hoe werkt het?
Capoeira wordt gespeeld door twee deelnemers. Zij worden omgeven door het publiek en een rij muzikanten, die met hun instrumenten de snelheid van de dans aangeven. Het Capoeira-spel is een aaneenschakeling van aanvals- en verdedigingstechnieken, gespeeld op het ritme van de muziek. Al dansend en vechtend proberen de deelnemers elkaar uit balans te brengen. Diegene die het spel het best beheerst, is degene die het snelst en het meest creatief is. Bij Capoeira horen geen winnaars of verliezers.

Geschreven voor de landelijke krant DAG (initiatief van Volkskrant / PCM)

Copyright © Gabriël Deriga

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.